Soortenbescherming in Duitsland
En toch bepaalt het of een dier bij een controle bij jou blijft. Wat erin hoort, wat er telkens weer ontbreekt, en waarom de ouderdieren het onderdeel zijn dat bijna iedereen vergeet.
De overdracht is afgesproken, de box staat klaar, en dan vraagt iemand om het briefje. Je schrijft het aan de keukentafel: jouw naam, zijn naam, soort en aantal, twee handtekeningen. Voor die middag is dat genoeg. Drie jaar later is het precies dat briefje dat geen antwoord geeft op de ene vraag die dan wordt gesteld: waar kwam dit dier eigenlijk vandaan.
Verkoper, koper, soort en aantal worden in de praktijk als te weinig beschouwd. Wat Duitse instanties en belangenverenigingen daarnaast willen zien:
Wie het dier heeft afgegeven en wie het heeft overgenomen, allebei met volledig adres. Een voornaam en een mobiel nummer zijn over drie jaar niemand meer.
De gangbare naam is niet genoeg. De wetenschappelijke benaming is waar een Duitse instantie in haar lijsten op zoekt.
Transponder, ringen of fotodocumentatie, al naargelang wat voor de soort is voorgeschreven of gebruikelijk is. Zonder merkteken beschrijft het bewijs een soort, geen dier.
EU-certificaat, CITES-papieren, eerdere herkomstbewijzen, aankoopbewijzen. Het bewijs houdt ze bij elkaar, het vervangt ze niet.
En één exemplaar voor elke partij. De koper bevestigt met zijn handtekening de overname, niet alleen de ontvangst van een briefje.
Het onderdeel dat het vaakst ontbreekt, en het onderdeel dat de keten sluit. Een nakweekbewijs zonder ouderdieren beweert dat het om nakweek gaat, het toont dat niet aan.
Voor het bewijs zelf schrijft geen enkele Duitse regel een vorm voor. Belangenverenigingen bieden voorbeelddocumenten aan, Duitse instanties nemen ook vormvrije stukken aan, en wat uiteindelijk telt, is of de keten sluitend is. Er is één uitzondering: bij dieren uit Anhang A komt de EG-Bescheinigung (het EG-certificaat) erbij, en dat is een officieel document dat de bevoegde Duitse instantie afgeeft. Verder ziet elk bewijs er anders uit. En daarom ontbreekt in zo veel bewijzen hetzelfde.
Zonder een bewijs dat aan het dier te koppelen is, kan het dier in beslag worden genomen en verbeurd worden verklaard. En de verkoop zelf is dan geen bestuurlijke overtreding, maar een strafbaar feit: het Duitse Bundesnaturschutzgesetz voorziet daarvoor in een vrijheidsstraf of een geldboete, bij soorten uit Anhang B tot drie jaar, bij Anhang A tot vijf. Dat is niet als dreigement bedoeld, maar als reden: daarom moet het bewijs met het dier mee en mag het niet in jouw ordner blijven liggen.
Bij de overdracht krijgt de koper geen briefje, maar het dossier: herkomst, voerbeurten, vervellingen, gewichten, documenten. Hij maakt geen account aan om het te bekijken, en jij houdt je eigen kopie.
Legsels en afstamming horen bij het dossier, niet in een tweede spreadsheet ernaast.
Of jij hem hebt ingevoerd, de vorige houder of de dierenarts, blijft zichtbaar. Dat is het verschil tussen een bewering en een bewijsstuk.
Het Bestandsbuch houdt elke mutatie met datum bij, zodat je bij navraag niet hoeft te zoeken.
Welke Duitse soortenbeschermingsinstantie (Artenschutzbehörde) voor jou bevoegd is, hangt af van de deelstaat: acht van de Flächenländer, de Duitse deelstaten die geen stadstaat zijn, sturen de melding naar een instantie van de deelstaat in plaats van naar de Kreis (het district). KeeperLog legt vast wat jij opgeeft, en controleert dat niet na.
Dit is een analyse van gepubliceerde bronnen uit het Duitse en Europese recht en geen juridisch advies. Wat voor jouw dier geldt, bepaalt de bevoegde Duitse instantie.
Voeg je dieren toe, houd de verzorging bij en geef bij de overdracht het hele dossier door in plaats van een briefje.